Gewasbescherming

In de lelieteelt worden middelen gebruikt voor verschillende doeleinden.  Om resistentie te voorkomen worden middelen afgewisseld.   Een ondernemer maakt een keus op basis van wat op een zeker moment het meest effectief is.  Dat is afhankelijk van de periode van het jaar,  de ziektedruk en de voorkeur van de ondernemer.
Er bestaan geen  gewasbeschermingsmiddelen die alleen in lelies worden toegepast. Het onderzoek en de toelatingskosten zijn daarvoor veel te hoog. Meestal is het andersom. Er is door de Commissie Toelating Gewasbescherming en Biociden (CTGB) toestemming gegeven gebruik te maken van een stof die ook al is toegelaten in een ander gewas.

Omdat de gewassen maanden op het veld staan en de werkingsduur van middelen vaak beperkt is (we willen tenslotte ook dat ze zo snel mogelijk weer worden afgebroken) moet de bescherming in veel gevallen herhaaldelijk worden aangebracht. Met waarschuwingssystemen wordt een teler geïnformeerd over infectieperioden zodat hij tijdig, en slechts indien nodig, de behandeling kan uitvoeren.

Mag iedereen dan maar alles spuiten?

Voor gewasbeschermingsmiddelen geldt dat alles is verboden, tenzij het expliciet is toegelaten. En dat toelaten is voorbehouden aan een onafhankelijke instantie: het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb). Dat toelaten gebeurt op basis van wetenschappelijke beoordeling door experts van vele uitvoerige studies.  
Om vervolgens na toelating een middel te mogen kopen en toepassen moet de teler over een bewijs van deskundigheid beschikken (spuitlicentie).   Via jaarlijkse bijscholingsactiviteiten moet hij zijn deskundigheid actueel houden.  Er is uitvoerige controle door de Nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA)  of  telers zich aan alle voorschriften en bepalingen houden.

Welke instanties controleren het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en biociden?


In Nederland mogen alleen gewasbeschermingsmiddelen en biociden verhandelt en gebruikt worden die op grond van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden zijn toegelaten. Uitzonderingen daargelaten, worden toelatingen verleend door de Commissie Toelating Gewasbescherming en Biociden (CTGB) Controle op naleving vindt plaats door de Nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA).

Mijn buren gebruiken gewasbeschermingsmiddelen. Is dit schadelijk voor mijzelf of mijn kinderen?


Bij de beoordeling van bestrijdingsmiddelen wordt altijd gekeken naar de risico’s voor mens en milieu. Er vanuit gaande dat een middel wordt gebruikt volgens de voorschriften op het etiket, dan zal het middel geen onaanvaardbare schadelijke effecten hebben de gezondheid van de mens en zal het ook geen onaanvaardbare schade aanrichten aan het milieu. In de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden wordt uitgegaan van een hoog beschermingsniveau.

Wat is drift?


Bij het toepassen van een middel wil de boer of tuinder dat het daar komt waar het zijn werk moet doen. De fabrikant helpt daar bij via de zogeheten formulering van het middel; dat maakt dat het met de spuitapparatuur goed verdeeld kan worden  en zich goed aan de plant hecht, of daarin wordt opgenomen. Als er middel buiten de plek van bestemming komt spreken we van drift. Veelal ontstaat dit doordat de kleinere spuitdruppels door de wind worden meegevoerd. Via metingen in oppervlaktewater door de waterschappen is dit in het verleden herhaaldelijk aangetoond. Omdat er regels zijn gemaakt om het oppervlaktewater te beschermen in het zogeheten Activiteitenbesluit, is door fabrikanten de formulering verder geoptimaliseerd en is er veel aan de spuittechnieken verbeterd.  Het resultaat is dat door de voorschriften aan de techniek en de weersomstandigheden het via een spuitvrije zone langs de sloten zeer goed mogelijk is gebleken om te voorkomen dat middelen in de sloten terecht komen. Via dezelfde voorschriften is het dus zeer goed mogelijk te voorkomen dat er middel  ‘bij de buren’ terecht komt. Boeren en tuinders weten dat ook uit ervaring met het toepassen van onkruidbestrijdingsmiddelen zonder dat een gevoelig er naast staand gewas schade ondervindt.   Spuiten boven een windsnelheid van 5m/s is verboden.

 

Terug naar de lelie en zijn buren

Maar ondanks dit alles zie en ruik ik van alles. Wat betekent dat voor mijn gezondheid en die van mijn gezin en dieren? En kan ik nog wel van de groenten en fruit uit mijn tuin eten? Terechte vragen die een antwoord behoeven. Vanwege de groeiende bezorgdheid en door de uitgebreide aandacht van de media hebben de leliesector en  de politiek zich dit aangetrokken. Binnen de sector is gewerkt aan nog meer bewustwording bij telers over de gevoelens in hun omgeving als zij gewasbeschermingsmiddelen toe passen.

Geur

Sommige middelen kunnen een aparte, vaak onaangename, geur hebben. En iets ruiken kan heel vervelend zijn, maar dat hoeft niet per definitie te betekenen dat je dan ook middel binnenkrijgt of dat je qua gezondheid risico loopt.  Denk maar eens aan de geur van paarden, aan de stank van mest die wordt verspreid over het land, of aan de lucht van benzine of diesel als je tankt.  Onze neus is erg gevoelig en zal minieme hoeveelheden kunnen waarnemen. Soms is de geur bewust gebruikt omdat ook luizen en andere dieren een hekel aan een specifieke geur hebben ( ‘repellend werken’ ).    Een biologisch middel op basis van knoflook is daarvan een voorbeeld, maar er zijn ook chemische middelen die op deze manier werken.
Omdat we nog niet alles weten over opname van middelen en de effecten daarvan adviseert de Gezondheidsraad in ieder geval  voorzorgsmaatregelen te nemen door bijvoorbeeld ramen te sluiten. In aanvulling op hetgeen de telers zullen doen, kan dit helpen bij het vermijden van risico’s.

Contactgegevens

info@lelieteelt.nl

06-233 377 30

Stuwwal 22
8317 BE Kraggenburg

Aangesloten bij

Routekaart

© 2018 All Rights Reserved | lelieteelt.nl