De bloembollensector - waaronder telers van lelies vallen - heeft afgesproken dat middelen met de hoogste milieubelasting (op basis van milieubelastingspunten) vóór 2030 niet meer worden gebruikt. Dit doel is onderdeel van het programma Toekomst Bollenvak. Milieubelastingspunten zijn een maat om de potentiële impact van middelen op ecosystemen te vergelijken en duiden op risico’s voor natuur en milieu. Daarnaast werkt de sector aan verdere verduurzaming, onder andere door betere monitoring, sterkere rassen, bredere vruchtwisseling en het inzetten van alternatieve methoden.
De bloembollensector heeft doelen afgesproken voor minder uitstoot, meer biodiversiteit, gezonde bodem en sterke planten. Vitale Teelt 2030 is de langetermijnvisie van de bloembollensector op een duurzame en toekomstbestendige teelt. Toekomst Bollenvak is het programma waarin die visie wordt uitgewerkt in concrete doelen en acties richting 2030. De visie geeft de koers aan; het programma zorgt voor de uitvoering. Samen vormen zij de basis voor de verdere verduurzaming van de sector. De telers spannen zich in om de duurzame doelen voor 2030 te halen.
Naast de landelijke aanpak Toekomst Bollenvak, zijn er ook regionale initiatieven zoals de Drentse lelie, Stichting Rol en Regiocertificering (Duin- en Bollenstreek en Kennemerland) voor een duurzamere teelt. Transparantie richting consumenten wordt vergroot via certificering, herkomst-labels en digitale traceerbaarheid. Ook werkt de sector met zowel provincies als gemeenten aan convenanten, met doelen om het gebruik van middelen omlaag te brengen. Alle acties zijn erop gericht om risico’s verder te beperken.