Meest gestelde vragen

1. Klopt het dat er veel bestrijdingsmiddelen worden gebruikt in de lelieteelt?
Er worden inderdaad relatief veel kilo’s gewasbeschermingsmiddelen gebruikt in de lelieteelt. Het aantal kilo’s zegt echter niets over de schadelijkheid van deze middelen. Je kunt het vergelijken met drank en het percentage alcohol. Het maakt nogal uit of je een liter water, een liter bier of een liter jenever drinkt. Daarom kijkt de overheid al sinds de jaren 90 naar milieubelasting in plaats van naar kilo’s. De milieubelasting van de lelieteelt is sinds 1995 met meer dan 80% afgenomen door het gebruik van duurzamere gewasbeschermingsmiddelen. Het aantal kilo’s middelen is in die jaren echter niet gedaald. Bij een gemiddelde lelieteler bestaat minimaal 2/3 van zijn gebruik nu uit middelen die zijn toegestaan in de biologische landbouw. Deze middelen zijn duurzaam, maar moeten wel vaak en veel worden gebruikt om effectief te zijn. De lelieteelt wil nog verder verduurzamen door het gebruik van duurzame middelen en het verder verlagen van de milieubelasting.

2. Zijn er risico’s voor mensen of huisdieren door het gebruik van bestrijdingsmiddelen?
Voor zover bekend zijn er geen risico voor mensen of huisdieren. Telers mogen alleen middelen gebruiken die zijn toegelaten door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen of biociden (Ctgb), een onafhankelijke instantie van de Rijksoverheid. Bij de toelating van middelen wordt er gekeken naar risico’s voor het milieu en de omgeving. Het Ctgb gebruikt daarbij altijd een minimale veiligheidsfactor van 100 om mensen ook in uitzonderlijke situaties te beschermen. Recent heeft het Ctgb alle voor de lelieteelt relevante gewasbeschermingsmiddelen opnieuw bekeken met het oog op het risico voor omwonenden en omstanders. Alle middelen zijn beoordeeld als veilig. Uiteraard is het belangrijk dat telers op een professionele wijze omgaan met het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Telers moeten daarvoor verplicht regelmatig op cursus en worden ook intensief gecontroleerd door waterschappen en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).

3. Zijn het nu gewasbeschermingsmiddelen, bestrijdingsmiddelen of landbouwgif?
De definitie van ‘gewasbeschermingsmiddelen’ omvat niet alleen middelen die een plaag bestrijden (‘bestrijdingsmiddelen’) maar ook middelen die planten beschermen en hun groei beïnvloeden. De term ‘gewasbeschermingsmiddelen’ is dus breder dan de term ‘bestrijdingsmiddelen’ en is vastgelegd in de Nederlandse wet op basis van een Europese verordening. Landbouwgif is een term die makkelijk bekt, maar geen recht doet aan de manier waarop er in de landbouw wordt omgegaan met gewasbeschermingsmiddelen. Elke stof is immers pas giftig bij een bepaalde dosis, dus een gewasbeschermingsmiddel is op zichzelf geen gif. Daarnaast worden de werkzame stoffen die worden gebruikt in de landbouw vaak ook gebruikt in medicijnen voor mensen en dieren. Zou je een aspirientje dan omschrijven als mensengif?

4. Bestaat er ook ‘bollengif’ ofwel specifieke bestrijdingsmiddelen voor de bollenteelt?
Nee, er zijn geen specifieke gewasbeschermingsmiddelen voor de bollenteelt. Alle middelen voor de bollenteelt worden ook gebruikt voor het telen van voedselproducten. Fabrikanten kijken bij de ontwikkeling van gewasbeschermingsmiddelen naar de grote teelten in de wereld, zoals mais, graan, rijst, aardappelen en sojabonen. De teelt van bloembollen is veel te klein en daarom financieel gezien niet interessant voor de ontwikkeling van eigen gewasbeschermingsmiddelen. Als een middel goed werkt in een vergelijkbare teelt, zoals aardappelen of uien, wordt een middel soms na enkele jaren testen ook aangevraagd voor de teelt van bloembollen.

5. Als ik een bestrijdingsmiddel kan ruiken, is er dan risico voor mijn gezondheid?
Het is niet bekend of omwonenden en passanten worden blootgesteld aan bestrijdingsmiddelen. Het RIVM doet hier om dit moment onderzoek naar. Zie vraag 2) voor wat betreft de veiligheid van mensen in relatie tot de toelating van gewasbeschermingsmiddelen door het Ctgb. Het is belangrijk om te beseffen dat gewasbeschermingsmiddelen bestaan uit verschillende stoffen, waaronder de werkzame stoffen waarvoor de teler de middelen gebruikt maar ook hulpstoffen zoals geurstoffen. Het is mogelijk om een geurstof te ruiken zonder dat er nog actieve stoffen in de lucht zitten. Milieuvriendelijke gewasbeschermingsmiddelen hebben soms sterke geur, bijvoorbeeld omdat ze zijn gemaakt van knoflook. Zo’n middel is dan niet gevaarlijk, maar kan wel enorm stinken.
Meer info: http://www.bestrijdingsmiddelen-omwonenden.nl/

6. Soms zie ik een spuitmachine met een slang in de sloot. Worden er dan bestrijdingsmiddelen geloosd?
Nee, dan wordt er water uit de sloot gepompt. Gewasbeschermingsmiddelen worden voor gebruik in een bepaalde verhouding gemengd met water. Teler mogen daarvoor water gebruiken uit de sloot.

7. Wordt een spuitmachine altijd vol gemaakt en helemaal leeg gespoten?
Nee, de teler maakt een mengsel van gewasbeschermingsmiddelen en water aan op basis van het aantal hectares, de plaagdruk en de toegestane hoeveelheid gewasbeschermingsmiddel. Met behulp van GPS en computers die de spuit aansturen wordt op elke plek de juiste hoeveelheid gespoten.

8. Gaat de bodem dood door het telen van lelies en het vele spuiten?
Nee, een gezonde bodem is van levensbelang voor elke boer en tuinder. Elk gewas heeft voor- en nadelen voor de bodem. De lelie heeft als voordeel dat het gewas is dat diep wortelt. Het nadeel is dat lelies vaak laat in het jaar gerooid worden. Om de bodem gezond te houden worden teelten daarom in rotatie uitgevoerd. Bij een rotatie van 1 op 6 wordt er bijvoorbeeld 1 jaar lelies geteeld en dan 5 jaar andere gewassen. Deze vruchtwisseling zorgt ervoor de bodem over een langere periode alle zorg krijgt die nodig is.

9. Na het rooien van lelie zie ik allemaal bulten grond. Wat is daarmee aan de hand?
Bij het rooien van lelies komt er grond mee die bijvoorbeeld vastzit aan de wortels. De teler wil alleen de bollen hebben en verwijdert de grond zo snel mogelijk. Deze grond wordt weer verspreid over de percelen waar de lelies hebben gestaan. Deels gebeurt dit al tijdens het rooien op het veld en deels wordt de grond teruggebracht nadat de lelies zijn verwerkt in de schuur van de teler.

10. Waarom wordt er zo vaak (wekelijks) gespoten?
De middelen die tegenwoordig worden gebruikt, breken sneller af waardoor ze niet meer na verloop van tijd in de bodem zijn terug te vinden. Nadeel hiervan is dat ze dus ook korter werken. Hierdoor moet er soms vaker worden gespoten om een goede werking te krijgen

11. Worden de middelen die nu worden gevonden in oppervlaktewater tegenwoordig nog toegepast?
De meeste overschrijdingen worden gevormd door middelen die inmiddels niet meer worden gebruikt.

12. Zo nee waarom niet?
Omdat het CTGB de toelating van deze middelen niet verlengt

13. Waar komt dat dan wel vandaan?
Veelal zijn het restanten van stoffen die in het verleden in andere teelten dan bloembollen gebruikt werden. Ook in die teelten zijn, of worden, deze stoffen uitgefaseerd.

14. Wat is de grootste verontreiniging van het oppervlakte water?
Er zitten 7 x meer medicijnresten in dan gewasbeschermingsmiddelen.

15. Wat zijn neonicotinoiden, en worden deze tegenwoordig nog gebruikt?
Dit zijn stoffen die gebruikt kunnen worden voor zaaizaad of plantgoed behandeling, de stof gaat in het plantje zitten en beschermt de plant van binnen uit tegen bijv. luis. In bloembollen wordt deze toepassing amper nog gebruikt vanwege de strengere eisen die er sinds 2 jaar gelden.

16. Waarom bloeien lelies niet en tulpen wel?
Om de bollen beter te laten groeien worden de bloemen er af gehaald, (gekopt) bij tulp gebeurt dit pas in de bloei omdat deze dan nog geselekteerd kan worden op afwijkende planten. Dit is het best zichtbaar in de bloei.

17. Wordt er bij beregening ook gewasbescherming toegevoegd?
Nee, dat mag alleen met de daarvoor bestemde apparatuur (spuitmachine)

18. Heeft de spuiter diploma’s? Wie geeft de opdracht? Is deze ook gediplomeerd?
De spuiter is opgeleid om te mogen spuiten, en moet zijn kennis jaarlijks bijhouden, dit wordt ook gecontroleerd en gecertificeerd. Als deze werkt voor een baas moet die daar ook weer apart voor gecertificeerd zijn.

19. Wordt er ook gecontroleerd op bespuitingen? En door wie?
De NVWA, het waterschap, RUD, controleren op naleving van de voorschriften tijdens de bespuiting, maar ook adminstratief, om bijvoorbeeld de dosering te controleren.

20. Er lopen mensen door het gewas, voor bloemen koppen, hoe schadelijk is dat?
Nadat een bespoten gewas is opgedroogd, mag deze weer worden herbetreden.

21. Soms zien we de boer ’s avonds of ’s nachts spuiten waarom is dat?
Het gebeurt wel eens dat de omstandigheden overdag niet gunstig zijn voor een gewasbespuiting, bijvoorbeeld te veel wind, erg heet, felle zon, het is dan beter om ’s avonds te spuiten omdat bij een bespuiting overdag het gewenste effect niet wordt bereikt.

Contactgegevens

info@lelieteelt.nl

06-233 377 30

Stuwwal 22
8317 BE Kraggenburg

Aangesloten bij

Routekaart

© 2018 All Rights Reserved | lelieteelt.nl