De maand mei

ZIEKTEBESTRIJDING.
Een gewas kan door talloze ziekten en plagen worden aangetast. Dierlijke-, Schimmel- en Virus aantastingen zijn de plagen waarmee de lelieteteler te maken kan krijgen.

Dierlijke aantastingen:
Grote dieren als reeën, fazanten en hazen houden nog wel van een groen blaadje of knop. Meestal is deze schade wel vervelend, maar accepteren de telers deze overlast.
Kleinere dieren, zoals bladluis (vooral gevreesd vanwege het overbrengen van virus) bladaaltjes, leliehaantjes. Hiertegen wordt gespoten.
Wortelaaltjes (wortels). Vooraf laten onderzoeken op de aanwezigheid is de beste methode. Afrikaantjes (Tagetes) zijn een goede bestrijder van wortelaaltjes maar moeten al een jaar vooraf zijn geteeld.

Schimmelaantastingen:
Vuur (Blad wordt bruin, verspreiding als een lopend vuurtje!) Hiertegen wordt preventief gespoten. Curatief is vrijwel geen herstel mogelijk. De lelie kan tijdens de teelt en de bewaring door vele schimmels worden aangetast. De meest gevreesde aantasting in de teeltperiode is ‘vuur’. Het wordt veroorzaakt door de schimmel Botrytis elliptica en kan zich zonder tegenmaatregelen als een lopend vuurtje door het gewas verspreiden. Bij planten aangetast door vuur ontstaan donkerbruine stipjes op de bladeren. Onder vochtige omstandigheden groeien ze snel uit tot grote ronde of ovale plekken. De kleur van de bladeren verandert van groen naar donkerbruin en uiteindelijk sterft de hele plant af. De kans op een Botrytis aantasting neemt toe naarmate het gewas langer nat is. Telers controleren regelmatig op beginnende aantastingen. Door middel van een lokaal weerstation is men steeds beter in staat om een aantasting te voorspellen. Na augustus wordt er niet meer tegen schimmels gespoten om de lelie de kans te geven op een natuurlijke manier af te sterven.

Wortelrot: warmwaterbehandeling en vooraf ontsmetten

Virus aantastingen

In het seizoen wordt gespoten om de verspreiding van virussen tegen te gaan.

Het leliegewas wordt dan gespoten met twee middelen:

een middel dat de luizen doodt die de virussen verspreiden en
een middel (minerale olie) dat als een dunne laag over het blad wordt verdeeld. De steeksnuit van de luis wordt dan gereinigd als hij door de oliefilm prikt. Er wordt op deze manier voorkomen dat de luis de virusdeeltjes in het gewas brengt. Bij zonnig weer, met veel Ultra Violet licht wordt de olie in ongeveer vijf dagen afgebroken. In een periode dat de lelie hard groeit en nieuwe bladeren maakt is het noodzakelijk om tijdig terug te komen om een nieuwe oliefilm aan te brengen. Zolang de lelies groen zijn worden de luizen bestreden.

ONKRUIDBESTRIJDING.
Onkruiden zijn voor de teler ongewenste planten, omdat ze voedingstoffen en vocht onttrekken. Ze nemen licht weg en nemen ruimte in. Dit alles gaat ten koste van de groei van de lelie. Veel onkruid veroorzaakt een vochtiger microklimaat. Door een vochtig klimaat neemt de kans op vuuraantastingen toe. Soms zijn ze zelfs waardplant voor aaltjes of virussen. Door het ploegen en frezen zijn onkruiden al mechanisch bestreden. Rond en na de opkomst kunnen diverse chemische middelen worden ingezet. Telers zullen de onkruiden herkennen. Door te beginnen op schoon land worden veel problemen voorkomen. Vooraf kan door de grondbewerking (ploegen, frezen, schoffelen) al een gerichte bestrijding worden uitgevoerd. Met de huidige chemische middelen is het mogelijk het onkruid te bestrijden vrijwel zonder de lelies te remmen in hun groei. Welk middel het beste gebruikt kan worden hangt af van de onkruidvegetatie en de geldende richtlijnen. Er zijn duidelijke wettelijke richtlijnen. In het algemeen maken telers gebruik van lage doseringssystemen: met een kleine hoeveelheid middelen de onkruiden al in een jong stadium verwijderen. Dat betekent voor de teler: nauwkeurig waarnemen en vaker terugkomen. Onkruidbestrijding gaat vaak ten koste van de groei van het gewas. Telers zijn daarom terughoudend bij de inzet van middelen. In Nederland mogen alleen gewasbeschermingsmiddelen en biociden verhandelt en gebruikt worden die op grond van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden zijn toegelaten. Uitzonderingen daargelaten, worden toelatingen verleend door het Ctgb. Controle op naleving vindt plaats door de Nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA).

BEREGENEN.
Om een goede groei te realiseren worden lelies bij een neerslag tekort beregend. In de eerste maanden is het belangrijk dat de bovenste vijf tot vijftien centimeter vochtig blijft. Het kleinste plantgoed, de schubben, wortelen zeer ondiep. Maar ook het groffere plantgoed is erg kwetsbaar. Dat komt doordat de lelieplant tot aan de bloei voor een groot gedeelte afhankelijk is van de stengelwortels die boven de bol worden gevormd. Na de bloei (of als de bloemknoppen verwijderd zijn) komen de bolwortels meer tot ontwikkeling en kan de lelie vocht aantrekken uit diepere grondlagen. Beregenen gebeurt uit oppervlaktewater of, als dat niet aanwezig is vanuit grondwater. Daarvoor wordt dan een bron geboord. Voor het aanleggen en benutten van een bron is een aanlegvergunning vereist.

GEWASCONTROLE en SELECTIE.
De virussen die in de lelieteelt voorkomen kosten de teler veel tijd. Het selecteren, zoals we deze activiteit noemen, begint al vrij snel na opkomst. De zieke planten moeten in het veld worden opgespoord en verwijderd. Hoe eerder dat gebeurt hoe kleiner de kans op verspreiding door gevleugelde luizen. Naast de controle op virussen worden ook alle andere afwijkende planten verwijderd.

PLANTEN.
Omdat bij leliebollen de wortels nog aan de bol zitten vraagt het planten veel aandacht. De bollen moeten regelmatig over de grond worden verdeeld. Daarvoor zitten er vaak een aantal mensen in de plantkar om het plantgoed met de hand uit elkaar te halen. Vanwege het machinaal rooien worden lelies bij voorkeur geteeld op lichte zavel- en zandgronden. Het organischestofgehalte van de grond is heel belangrijk. Lelietelers kiezen graag voor een grond met behoorlijk organischestofgehalte: een betere bodemstructuur, meer bodemleven en een betere vochtvoorziening zijn daarvoor belangrijke argumenten. Er is ook een nadeel: dit type gronden is vaak rijk aan onkruidzaad.

Contactgegevens

info@lelieteelt.nl

06-233 377 30

Stuwwal 22
8317 BE Kraggenburg

Aangesloten bij

Routekaart

© 2018 All Rights Reserved | lelieteelt.nl